Op 24 februari repeteerden we in de Dominicuskerk in Oog en Al. Het doet de flexibiliteit van een ambitieus koor immers geen goed om vastgeroest te zijn in één soort akoestiek; de uitdaging van een incidentele locatiewisseling houdt het brein soepel. Eerst klonken de stemmen wat iel en onwennig, maar na een korte herschikking van de lijven van een halve cirkel naar een zelforganiserend in het midden gespleten twee-rijïg systeem konden we elkaar horen en begon de muziek te leven. Iets te veel, in het geval van de heren van tenor twee, die vriendelijk en traditiegetrouw verzocht werden een toontje zachter te zingen. Daarna: vocaal genieten. Het is bijzonder als we voor het eerst de stemmen bij elkaar weten te brengen, elkaar en het stuk horen en doorvoelen, en we in volle focus staan te musiceren. Onze dirigent Maarten pleegt dan te zeggen dat we onszelf ontstijgen. Ik pleeg dan te denken ‘Hey, het gaat goed.’
Reductionisme is verrekte handig, maar dat eerste bekt toch lekkerder.
De Laatste Aanroeping (in goed -of toch tenminste letterlijk- Nederlands) van Randall Thompson weerklonk enkele malen prachtig in de kerk. Elke keer dat we het zongen was het weer de laatste keer, dus aan uitdraging van de kernboodschap deed dat mijns inziens niks af. De schoonheid van de uitvoering kreeg bijval uit onverwachte hoek: een kerkorgelmuis, de mus ecclesiasorgulus, luisterde mee. Ongetwijfeld in vervoering riste hij tussen de kerkbanken door.
Een muizenhart klopt met zo’n 450-750 slagen per minuut. Daar is geen bètablokker tegen opgewassen, maar ik geloof vast dat deze muis een ongekende sereniteit ervoer bij het aanzwellend stemgeschal van deze vreemde bende sapiensen en het prompt dalen van zijn hartslag naar 400 slagen/minuut. Daarna rende hij wel hard weg, dus ik heb het hem niet kunnen vragen. Maar die blik in zijn lieve kraaloogjes zei het allemaal: ‘Ik mag dan angstig zijn dat ik op elk moment in mijn klein bestaan door een predator kan worden weggegrist, in dit moment, vriend, houd ik mij muisstil en koester ik de klanken.’ Een kleine poëet was het. Of een speelbal in de handen van de verteller. U beslist.
Om het orgel uit te proberen speelde Maarten honderduit. Ik vroeg mij af waarom het meteen zo intens moest. Je kan ook rustig beginnen bij twintiguit, bijvoorbeeld. Maar men gaat ook niet van nul tot twintig, dus het zal de grillige evolutie van de taal wel weer zijn, meer dan hoe kwaad Maarten zich maakte. Een en ander leidde tot een prachtige trouwmars ter begeleiding van de statige pas van Jasper en mij door het midden van de kerk (ik was mijn jurk wel vergeten), en een staaltje hoempapamuziek dat het carnaval weer even terugbracht. Voor zover dat er boven de rivieren ooit kan zijn, dan. Ik mag graag denken dat de kerkorgelmuis hierdoor werd aangetrokken en wist wat voor moois hem te wachten stond. Wist u dat er naast Spaans benauwd ook Spaans trots bestaat? Zeker, deze mus ecclesiasorgulus was orgulloso op de coproductie van Maarten en des muis kerkorgel.
Rechts van deze tekst vindt u een sfeerimpressie van de kleine rituele manifestatie na de repetitie, waarbij Jim de geëigende twee vingers opsteekt om een kerkorgelmuis te groeten, de wijdbeense stand links de muis aangeeft dat hij vrij is te roetsjen waar het deze belieft, ook door de benen, en de omhoog gewende ogen van Jolanda aangeven dat wij niet neerkijken op de magnifieke mus ecclesiasorgulus. Of het is een willekeurig genomen foto. Andermaal is de invulling aan u.

Waar was ik ook weer. Oh ja: kijkt u allen algoritmische meesters van onze aandacht, wij hebben onze website geüpdatet met een blog, en zijn derhalve nu relevant™. En dank u, waarde lezer, voor uw aandacht.
Met vriendelijke groet en een rustige 50 slagen/minuut,
Dieter


Comments are closed.